
BEROEPSCODE VOOR PIERCERS
Inleiding
De V.P.P.N. is een beroepsorganisatie van en voor piercers.
De organisatie heeft een privaatrechtelijke en juridische vorm van een vereniging.
De vereniging stelt zich tot doel de belangen te behartigen van professionele beoefenaren van piercers.
Buiten een goede en verplichte beroepshouding moeten de aangesloten piercers zich houden aan gedragsregels, die noodzakelijk zijn voor een goede beroepsuitoefening en in het belang van de cliënt.
De beroepscode is een bijlage van het huishoudelijke reglement.
Indien leden van de vereniging – of buitenstaanders, belanghebbende, cliënten – te maken krijgen met schendingen van deze beroepscode, verzoekt het bestuur dit te melden bij het secretariaat van de vereniging.
Het bestuur kan dan corrigerend disciplinair optreden ten opzichte van de betreffende piercer als deze aangesloten is bij de V.P.P.N..
Begripsomschrijvingen
1. V.P.P.N. betekent Vereniging Professionele Piercers Nederland.
2. De piercer is opgeleid door een door de vereniging goedgekeurd instituut. Indien niet dan
heeft de V.P.P.N. zich, na terdege onderzoek, vergewist van een voldoende opleidingspeil.
3. Piercer betekent praktiserend lid ingeschreven bij de V.P.P.N.
4. Met het bestuur wordt een gekozen bestuur bedoeld.
5. Waar in de tekst hij wordt gebruikt, wordt in geval van een vrouwelijke piercer zij bedoeld.
ALGEMENE ASPECTEN
Artikel 1
De piercer neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit zijn professionele standaard.
Hij heeft een goede beroepshouding en zorgt voor een goede organisatie van de beroepsuitoefening. De piercer houdt zich aan de kwaliteitsvoorschriften van de V.P.P.N. zoals wordt vermeld in de beroepscode.
Artikel 2
De piercer dient bekwaam te zijn in de piercings die hij aanbiedt.
Dat wil zeggen dat de piercer is gerechtigd de piercing te plaatsen wanneer hij een opleiding heeft gevolgd bij een ervaren piercer. Na een daadwerkelijke ervaringsperiode van minimaal een jaar kan er een lidmaatschap van de V.P.P.N. worden aangevraagd.
Artikel 3
Op verzoek van het bestuur en cliënten geeft de piercer inzage in bewijzen van gevolgde opleidingen en is bereid hiervan kopieën te verstrekken.
Artikel 4
De piercer onthoudt zich van handelingen die gelegen zijn buiten zijn eigen kennen en kunnen. De piercer plaatst alleen die piercings, waartoe hij door zijn opleiding bevoegd en bekwaam is.
Artikel 5
De piercer is volledig aansprakelijk voor de wijze waarop hij zijn praktijk uitoefent.
Artikel 6
De piercer voert bij aanvang van de behandeling een intakegesprek.
Hij sluit met de cliënt een behandelingsovereenkomst af, dit in de vorm van een instemmingsverklaring.
Hierin zijn opgenomen de vermelding van de risico´s en een anamnestische verklaring
over eventuele contra-
Voorts verstrekt hij de informatie van de GGD zoals beschreven in de landelijke richtlijn.
Na de behandeling geeft hij de nazorginstructies op papier mee.
Artikel 7
De piercer verleent goede zorg, behandelt de cliënt met respect en respecteert diens privacy.
Artikel 8
De piercer gebruikt zijn kennis om complicaties te voorkomen. De piercer richt zijn praktijkruimte naar behoren in en maakt gebruik van kwalitatief goede materialen en middelen.
Artikel 9
De piercer houdt zijn kennis en vaardigheden op peil door bij-
De piercer houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van het piercen en de naverzorging van wonden. Doet aan zelftoetsing en onderwerpt zich aan intercollegiale visitatie.
Artikel 10
Piercers mogen niet tot behandeling overgaan in de volgende situaties:
•Wanneer de piercer geen zicht heeft op de gezondheidssituatie van de cliënt.
•Bij een negatief advies van de arts of verloskundige.
ASPECTEN IN RELATIE TOT DE CLIËNT
Artikel 11
De belangen van de cliënt staan op de eerste plaats.
Artikel 12
Piercers oefenen hun beroep op de juiste manier uit zodat ze het imago van het piercen en de naam van de vereniging hoog houden.
Artikel 13
De piercer is bereid om informatie te geven en verantwoording af te leggen over de behandeling. Hij doet dit desgewenst schriftelijk en laat zich leiden door wat de cliënt redelijkerwijze dient te weten.
Artikel 14
Informatie hoeft niet verstrekt te worden als de cliënt deze niet wil ontvangen. Indien het van belang is voor het welslagen van de behandeling dan is het geven van deze informatie wel nodig.
Artikel 15
De piercer houdt volgens de praktijkregels een cliëntadministratie bij. Deze gegevens moeten 2 jaar na de laatste behandeling worden bewaard.
Artikel 16
De piercer geeft aan de cliënt op diens verzoek inzicht in zijn of haar eigen dossier.
Artikel 17
De piercer draagt zorg voor een praktijkinrichting, bereikbaarheid en verzorging in overeenstemming met de verstrekte voorschriften vastgesteld door het bestuur.
Artikel 18
De piercer houdt zich aan de door de vereniging goedgekeurde adviezen.
Artikel 19
De piercer verplicht zich om geheim te houden al wat hem gedurende het uitoefenen van de behandeling als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te zijner kennis is gekomen, of waarvan hij het vertrouwelijke karakter moet begrijpen.
Artikel 20
De behandeling vindt plaats buiten de waarneming van anderen, tenzij op verzoek van of met toestemming van de cliënt.
Artikel 21
De piercer zorgt voor een afdoende bereikbaarheid teneinde cliënten bij te staan bij het oplossen van problemen die de piercing betreffen.
ASPECTEN EN RELATIE TOT COLLEGA-
Artikel 22
De piercer moet zich onthouden van negatieve uitspraken of kritiek betreffende collegae van de V.P.P.N.. Het past ook niet om laatdunkend over de cliënt te spreken ten aanzien van anderen. Zijn er klachten over piercers dan moet de piercer het bestuur daarvan op de hoogte brengen.
Artikel 23
De piercer streeft er naar om in een goede verstandhouding met collegae en andere beroepsbeoefenaren samen te werken. Toont zich bereid tot het verstrekken van wederzijdse informatie.
ASPECTEN EN RELATIE TOT DE SAMENLEVING
Artikel 23
De piercer houdt zich op de hoogte van politieke, maatschappelijke en medisch-
Artikel 25
Het piercen mag alleen onder de eigen naam geschieden.
ASPECTEN MET BETREKKING TOT DEZE GEDRAGSREGELS
Artikel 26
Overtredingen van deze beroepscode kan gevolgen hebben voor de piercer:
a. Berisping door het bestuur.
b. Schorsing als lid van de V.P.P.N. voor bepaalde tijd.
Royement als lid van de V.P.P.N. en inlevering van certificaat.